
Rond 1850, het midden van de 19de eeuw, was Valkenburg een dorp, waar de bezoeker van toen de drukke wereld van de stad kon ontvluchten. Valkenburg een oud dorp met de kasteelruïne, mergelgrotten en prachtige natuur.
Er werd in de loop van tijd steeds meer georganiseerd ter bevordering van het toerisme. Hierdoor werd het dorp tegen het einde van de 19de eeuw aangetast door de 'moderne tijd'. Het oorspronkelijke karakter werd ingeruild voor toerisme.
In de eerste helft van de 19de eeuw was Valkenburg niet meer dan een klein dorp gelegen tussen de middeleeuwse vestingmuren. Het kasteel van Valkenburg werd in het jaar 1672 vernietigd. Het ooit zo machtige kasteel werd een ruïne. Valkenburg, de ooit zo machtige vestingstad, werd slechts een klein dorp tot aan het einde van de 19de eeuw.

Na de tijden der bokkenrijders doorstaan te hebben bracht de aanleg van een spoorlijn verandering. De spoorlijn werd in het midden van de 19e eeuw aangelegd, van Aachen naar Maastricht, ook langs het pittoreske dorpje Valkenburg. Er werd, van mergelsteen, een prachtig station gebouwd.
In 1853 werd de spoorlijn geopend. Reizigers vanuit alle uithoeken van het land die gebruikt maakten van de spoorlijn Aachen-Maastricht reden met de trein door een gedeelte van het Geuldal. Al reizende met de trein, moet het zicht op valkenburg een prachtig beeld geweest zijn. Het station op de voorgrond, na een paar honderd meter geen bebouwing tot het middeleeuwse dorp waar de kasteelruïne hoog bovenuit steekt.
Diegene die het niet kon weerstaan om het dorp met de kasteelruïne aan zich voorbij te laten gaan, vonden in het dorp een rust zoals die ook toen al in de steden niet meer aanwezig was. De prachtige natuur en tot ieders verbazing een prachtige onderaardse wereld, de mergelgrotten.
Door het toenemend aantal bezoekers vanuit de grote steden kwam er in Valkenburg een nieuwe bron van inkomsten, het toerisme. De stedelingen proefden in Valkenburg het verleden en konden genieten van de prachtige natuur. Ze verbleven er maar al te graag tijdens de vakantie.
In 1885 werd Vereniging Het Geuldal opgericht, de eerste VVV (Vereniging voor Vreemdelingenverkeer) in Nederland. Dit ter bevordering van het toerisme. De leden van Vereniging Het Geuldal waren vrijwel allemaal leden van de Mirlithophile. Dit waren vooral de rijkere middenstand die genoten van de aanwezigheid der reizigers en toeristen. Zij namen namelijk kennis en verhalen mee naar het Valkenburgse over de nieuwste ontwikkelingen in de wereld.

De mysterieuze onderaardse gangen van de grotten Valkenburg waren de perfecte plaats om samen met de vreemdelingen vele avonden te verblijven. De Mirlithophile en andere grotsociëteiten hadden zelfs in de mergelgroeven kamers ingericht. Hier werd meubilair geplaatst en op de wanden werden wandtekeningen aangebracht. Vooral in de Gemeentegrot waren veel van dit soort club- of feestlokalen van de grotsociëteiten.
Aan het einde van de 19e eeuw begon het toerisme in Valkenburg steeds meer te groeien en er werden steeds meer activiteiten georganiseerd door Vereniging Het Geuldal. Een rondleiding met gids door de mergelgrotten of de fakkeloptochten in het Romeinse gedeelte van Gemeentegrot. Er werd op de Cauberg een rotspark aangelegd en op de Heunsberg een uitzichttoren gebouwd. Enzovoorts.
Door deze activiteiten werd de aantrekkingskracht die Valkenburg in het midden van 19de eeuw had veranderd. Het is niet meer het karakter van een dorp waar de tijd sinds de val van het kasteel heeft stilgestaan. Maar hetzelfde dorp waar van allerlei activiteiten voor de toerist georganiseerd worden. In de 20ste eeuw groeit het aantal toeristen aanzienlijk en Valkenburg wordt een echt toeristisch dorp.
Ook nu nog spelen de mergelgrotten een belangrijke rol in het toeristisch aanbod. Alleen worden er tegenwoordig vooral activiteiten georganiseerd waar de toerist ondergronds avontuur kan beleven. Denk hierbij aan ondergronds mountainbike, spooktochten, paintball en dergelijke. Massatoerisme dus.
Bronnen
Silvertant, J. - Vreigele bie de bok, Valkenburg in de tweede helft van de negentiende eeuw. - Valkenburg 1996